Verwond

Mensen die bij mij komen voor hun verslaving, eetprobleem of andere hardnekkige gewoonte, zijn vrijwel altijd op zoek naar de oorzaak van hun gedrag. Tot nu toe heb ik nog nooit iemand ontmoet die ‘alleen maar verslaafd’ was.

 

Pijn

De meeste mensen die ik zie in mijn praktijk verdoven zich met een reden. Die behoefte aan verdoving is ergens (door) ontstaan. Er is vrijwel altijd sprake van pijn – emotionele of lichamelijke pijn of een combinatie van beide. Een verslaving of eetstoornis is vaak een manier om om te gaan met die pijn: een korte verlichting ervan of tijdelijk comfort.

Met hypnotherapie, soms gecombineerd met EMDR, gaan we op zoek naar het ontstaan van de pijn, de oorsprong van kwetsuren. Als vertrekpunt nemen we het pijnlijke gevoel dat je ervaart in het hier en nu of een belemmerende overtuiging die ermee te maken heeft. Met methoden zoals regressie (in je beleving teruggaan in de tijd) kun je stapsgewijs en op een heel veilige manier worden teruggebracht naar een gebeurtenis of reeks ervaringen die ten grondslag liggen aan de pijn. Van hieruit ga je aan de slag met die ervaring en de daaruit ontstane gevoelens, overtuigingen en het gedrag.

Als je inzicht krijgt in de veroorzakers van je pijn, ben je meestal niet direct genezen van je verslaving. Maar het helpt wel enorm om ervaringen bewust te maken, emotionele blokkades te verhelpen, om vastzittende beelden en overtuigingen los te laten, gebeurtenissen een plekje te geven en wonden te helen. Zo kan er een nieuwe, herstelde basis ontstaan van waaruit je bewust andere, gezondere keuzes kunt maken.


Trauma

Pijn duidt op een beschadiging, een wond. Het woord ‘trauma’ betekent letterlijk ‘wond’. Een trauma is een lichamelijke of psychische verwonding. Een voorbeeld hiervan is een botbreuk, maar het kunnen ook blijvende psychische problemen zijn als gevolg van een schokkende, overweldigende ervaring. Een traumatische ervaring gaat vaak gepaard met volledige overprikkeling van lichaam en geest, extreme stress en gevoelens van wanhoop en angst.

Een trauma kun je zien als blijvend letsel, een open wond waarvan je niet vanzelf herstelt. De wond ‘verankert’ zich in je systeem (in je geest en in je lichaam) en kan later worden getriggerd door ervaringen die je, bewust of onbewust, herinneren aan het ontstaan van het trauma. Symptomen van trauma zijn, naast pijn en stress, onder meer herbelevingen, nachtmerries, slaapproblemen, angsten en verdriet, stemmingswisselingen, verhoogde gevoeligheid, geheugenproblemen, geestelijke leegte, onvermogen om lief te hebben en lichamelijke klachten. Traumatische gebeurtenissen hebben ook invloed op ons zelfbeeld en de manier waarop we denken over het leven.

Pijnbeleving is subjectief. De mate van pijn die je ervaart hoeft niets te zeggen over de ernst van de verwonding of beschadiging. Of een gebeurtenis of ervaring tot een trauma leidt, wordt eveneens bepaald door het effect dat de persoon zelf ervaart. Dat effect is mede afhankelijk van de betekenis die een persoon aan de gebeurtenis geeft. Het is dus niet objectief te beoordelen. Dit verklaart waarom het ene kind zijn jeugd als traumatisch kan hebben ervaren en zijn zusje of broertje niet.


Trauma en verslaving

Een trauma als gevolg van ingrijpende jeugdervaringen is sterk bepalend voor iemands vatbaarheid voor ernstige aandoeningen, zoals een verslaving of eetprobleem. Dit blijkt onder meer uit recent grootschalig Amerikaans onderzoek naar negatieve ervaringen uit de kindertijd: het ACE-onderzoek (ACE staat voor Adverse Childhood Experiences). Zonder hier in detail te treden, is het belangrijk om te beseffen dat vroegkinderlijk trauma van invloed is op de ontwikkeling van het brein, het immuunsysteem, het hormoonsysteem en zelfs de genen, zoals wordt aangetoond door de epigenetica.

Mensen die voordat ze bij mij aanklopten elders in behandeling waren, vertellen mij regelmatig dat eerdere hulpverleners, naar hun idee, onvoldoende aandacht besteedden aan hun persoonlijke geschiedenis. Met cognitieve gedragstherapie werd vaak het probleemgedrag wel aangepakt – en soms ook met succes – maar zij hebben het gevoel dat de onderliggende problemen niet zijn opgelost. Ze vrezen voor een terugval of zijn al teruggevallen.

De terughoudendheid, bij sommigen, om de pijnlijke jeugdervaringen te integreren in de behandeling van een eetstoornis of verslaving, heeft onder andere te maken met heersende richtlijnen. Maar je kunt het ook zien in het licht van het debat over het ontstaan van een (eet)verslaving. Er zijn verschillende zienswijzen. De manier waarop je over verslaving denkt, is van invloed op de behandeling. Tegenwoordig draait de discussie vaak om de rol van de genen en de erfelijke belastbaarheid tegenover de invloed van omgevingsfactoren, zoals de jeugdervaringen en problemen in de persoonlijke ontwikkeling.

Het is niet het een óf het ander. Een verslaving heeft vrijwel altijd meerdere oorzaken. Bij een verslaving, zoals bij andere ziektes, is er een onderliggende kwetsbaarheid – zoals een erfelijke aanleg en/of ongunstige sociale omstandigheden – maar als daarbovenop een ingrijpende gebeurtenis komt of een reeks afwijzende ervaringen, dan komt die kwetsbaarheid aan het licht en wordt iemand ziek.


Schuldvraag

Mogelijk wordt die terughoudendheid in het onderzoeken van traumatische oorzaken ook ingegeven door de weerzin om ‘daders’ aan te wijzen. Als er sprake is van een traumatische gebeurtenis, moet daar immers ook iemand verantwoordelijk voor worden gesteld, is de gedachte. Die ‘dader’ treft vervolgens ‘schuld’, vinden wij. Maar zo eenvoudig en zwart-wit is het lang niet altijd. Bovendien kan deze redenering erg pijnlijke gevolgen hebben voor de directe omgeving van iemand met een verslaving of eetstoornis.

Het zoeken naar de oorzaken van pijnlijke wonden (trauma’s) is niet hetzelfde als het zoeken naar daders en zondebokken. In het leven van een kind kunnen veel dingen gebeuren die zeer schadelijk zijn, waarvoor niet direct een ‘dader’ of een ‘schuldige’ is aan te wijzen. Een beter begrip van wat een trauma kan veroorzaken, kan helpen om dit te verduidelijken.


Vele soorten traumatische ervaringen

Een trauma kan ontstaan door ingrijpende gebeurtenissen zoals gepest worden of mishandeling. Maar ook het ontbreken van emotionele warmte of goede zorg in de kindertijd kunnen traumatisch zijn. Langdurige blootstelling aan stress, bijvoorbeeld door ruzies in huis, verlieservaringen, een scheiding of een zieke ouder kunnen eveneens trauma veroorzaken. In het algemeen gaat het over negatieve jeugdervaringen met een sterk afwijzend karakter, die ons voor korte of langere tijd veel angst aanjagen.

Maar minstens net zo vaak zijn het juist schijnbaar ‘onschuldige’ gebeurtenissen die blijvende schade aanrichten. Onverwachte gebeurtenissen met een grote overweldigende impact zoals een medische ingreep waarbij je wordt vastgeklemd, of een onvoorbereid verblijf in het ziekenhuis. Dit soort gebeurtenissen zijn niet ‘echt’ levensbedreigend, maar kunnen wel zo door ons worden geïnterpreteerd.

Trauma kan ook ontstaan doordat emoties stelselmatig niet worden geuit. Zo had ik een cliënt met een eetprobleem die op jonge leeftijd was gepusht om iets spannends te doen dat ze eigenlijk niet durfde. Toen ze het uiteindelijk toch deed, tegen haar eigen gevoel in, was dit niet alleen een heel heftige ervaring, maar ging zij ook in één klap ver over haar eigen grenzen heen. Hiervan was zij zo geschrokken, dat ze was gaan geloven dat ze waardeloos was. In plaats van haar gevoel uit te spreken, slikte ze vervolgens al haar emoties in. Ze onderdrukte ze in haar lichaam. Hierna kon en wilde ze een tijd niet meer eten. Deze traumatische ervaring bleek aan de wieg te staan van haar eetprobleem.


(Pre)natale trauma’s

Geboren worden is een potentieel zeer traumatische ervaring. Een cliënt rookte als tijdelijke remedie voor onverklaarbare, maar ernstige gevoelens van stress, levensbedreigende angst en verkrampingen. Tijdens regressietherapie kwam hij terecht in een geboortetrauma waarbij hij als baby’tje moest vechten voor zijn leven. In een gesprek dat hij later voerde met zijn moeder, bevestigde deze dat de bevalling kantje boord was geweest en dat ze beiden in levensgevaar verkeerden. Dit had zij haar zoon nooit verteld.

Ook in de baarmoeder kan een kind trauma’s oplopen, wanneer het wordt blootgesteld aan de emoties en negatieve ervaringen van de moeder. Onbewust heeft dit ook effect op het kind dat zich identificeert met het gevoel van de ouder. Tijdens de zwangerschap van de moeder van een jonge man met depressieve gevoelens, was vader veel afwezig geweest. Moeder had zich hierover erg verdrietig gevoeld. De kleine jongen voelde dit verdriet aan en is onbewust, uit overlevingsstrategie, voor zijn moeder gaan zorgen. Hij wilde haar weer gelukkig maken. Toen moeder later depressief werd, voelde dat voor hem als falen. Op 13-jarige leeftijd ging hij aan de drugs om te vluchten van zijn gevoelens van machteloosheid en verdriet. In dit geval spreek je van een symbiosetrauma.


Overgenomen trauma’s

Een trauma hoeft dus niet te ontstaan door directe persoonlijke ervaringen. Een transgenerationeel trauma wordt doorgegeven van ouder op kind zonder directe aanleiding van een actuele gebeurtenis. Een voorbeeld hiervan is een ouder met een onverwerkt oorlogsverleden waarvan dynamieken door kinderen worden aangevoeld en overgenomen. Of verlieservaringen en ernstige schuldgevoelens die worden doorgegeven via generaties.

Ons brein kent niet het verschil tussen wat ‘reëel’ is en wat is ‘verbeeld’. Zo kun je badend in het zweet wakker worden na een nachtmerrie en je daar vervolgens een dag lang heel rot over voelen. Op jonge leeftijd iets heel heftigs zien op tv kan dezelfde impact hebben als een ‘echte’ traumatische gebeurtenis. Wij beschikken over een geheugen met persoonlijke, bewuste en onbewuste, ervaringen. Maar we hebben ook toegang tot een collectieve, onbewuste database van denkbeelden, voorstellingen en patronen die worden overgeleverd in verhalen. Wanneer onverwerkte ervaringen vermengd worden met verhalen en fantasieën uit dit collectieve onbewuste, kan dit een trauma verergeren.

Een trauma staat dus niet synoniem aan een slechte jeugd. Er is lang niet altijd sprake van daders, maar eerder van een ongunstige samenloop van omstandigheden, onvermogen van de betrokkenen en onderliggende kwetsbaarheden. Iemands vatbaarheid voor trauma – evenals iemands vatbaarheid voor verslaving of een andere ziekte – hangt af van kwetsbare factoren, zoals erfelijkheid of iemands sensitiviteit. Zo kunnen trauma’s en hoogsensitiviteit met elkaar verweven zijn.


Ervaring van cliënt voorop

Ik stel niet dat ‘iedereen’ met een verslaving of eetstoornis een onderliggend trauma heeft. Maar het is wel mijn ervaring dat het niet alleen helpend, maar ook helend kan zijn om in de behandeling van een (eet)verslaving aandacht te besteden aan belastende jeugdervaringen – zeker als iemand daar zelf om vraagt. Mijn aanpak is ‘practice-based’: het werkt omdat cliënten ervaren dat het werkt.

Ik vind dat je als hulpverlener heel goed moeten luisteren naar wat je cliënten vertellen. Als iemand met een verslavingsprobleem het gevoel heeft dat de wortels van zijn probleem in de jeugd liggen, dan kijk ik daar met diegene naar. Natuurlijk moet er ook gedragsverandering plaatsvinden. Vaak kan hier prima tegelijkertijd aan worden gewerkt. Het verwerken van negatieve ervaringen leidt vaak tot positievere gevoelens en gedrag, en onder hypnose werken aan de probleemgewoonte levert weer inzichten op in dieperliggende ervaringen.

Wanneer je met hypnotherapie zoekt naar de oorzaken van je verslaving, betekent dat zeker niet dat je eindeloos moet ‘spitten en graven’ naar traumatische ervaringen. Het mooie van hypnotherapie is dat je van te voren niet hoeft te weten wat de oorzaak is van je klacht. Door te werken met trance krijg je toegang tot onbewuste ervaringen en emoties, waar je met denken en praten alleen niet zo snel bijkomt.


Bredere kijk op trauma en verslaving

Ik vraag me af of het in het belang is van mensen met verslavingen, om in het debat over verslaving de rol van genetische invloeden af te zetten tegen de invloed van externe factoren (zoals de jeugdervaringen), met als inzet dat de ene van grotere betekenis zou zijn dan de andere. ‘De’ oorzaak van verslaving bestaat niet. En niet iedereen is hetzelfde. Als we ergens vanaf moeten, dan is het niet van het zoeken naar onderliggende traumatische ervaringen, zoals sommigen beweren, maar van onze automatische neiging om ‘verantwoordelijken’ of ‘schuldigen’ aan te wijzen. Daarbij is het nodig om onze kijk op trauma te verruimen. Vroegtijdig jeugdtrauma kan ook weerslag hebben op de ontwikkeling van de hersenen en de genen.

Ik pleit voor een bredere kijk op trauma en verslaving waarbij behandelaars vooral luisteren naar wat hun cliënten zelf vertellen, hoe zij het ervaren, waar zij behoefte aan hebben en wat zij wensen. Zonder ‘blaming and shaming’, maar met respect en gebruikmakend van alle ervaringen, middelen en methodes waarover wij beschikking hebben en die in het belang zijn van de persoon.


Verder lezen

En lees wellicht ook: De ziekte van niet genoeg

Share Button

Labels:, , , , , , , , , , ,