De geheime taal van eetstoornissen

Afgelopen weekend bezocht ik het seminar ‘De geheime taal van eetstoornissen’. Isa Power, de organisatie achter het seminar, had als spreekster Peggy Claude-Pierre uitgenodigd, de auteur van het gelijknamige boek en een van mijn inspiratiebronnen.


Peggy Claude-Pierre was zelf moeder van twee dochters met anorexia. Haar ervaringen met de ziekte van haar dochters vormen de basis van haar boek, waarin ze uitlegt wat de ziekte volgens haar behelst en vertelt over de methode waarmee ze niet alleen het leven van haar eigen dochters redde, maar inmiddels dat van vele honderden anderen. Onder hen de ernstigste gevallen die al waren opgegeven door hun artsen. Peggy’s belangrijkste boodschap is dan ook: je kunt volledig genezen van een eetstoornis.


Boos op behandelaars

De bijeenkomst is in eerste instantie voor mensen met een eetstoornis en hun ouders, om hun hoop, vertrouwen en steun te bieden. Professionals zijn ook welkom. Als ervaringsdeskundig professional (tussen mijn 18de en 25ste had ik zelf een eetstoornis) zit ik hier dus op mijn plek. Als Peggy spreekt, blijkt duidelijk hoezeer zij betrokken is bij haar publiek. Haar toon is zacht en vol compassie. Soms uit ze haar verdriet en regelmatig ook haar boosheid. Ze is boos op artsen die hun patiënten onvoldoende vertrouwen bieden in genezing, op behandelaars die hen doen geloven dat ze zelf schuldig zijn aan hun ziekte, omdat ze niet gemotiveerd zouden zijn of niet genoeg hun best zouden doen. Nee, natuurlijk zijn ze niet gemotiveerd om hun eetstoornis op te geven! Die is immers het enige dat ze nog hebben, zegt ze.

Ook maakt ze zich kwaad over behandelingen die uitsluitend gericht zijn op het veranderen van het eetgedrag. Een eetstoornis gaat niet over eten of gewicht, zegt Peggy, en het is ook geen aandachttrekkerij. Het is wel nodig om aandacht te besteden aan eten, maar dit mag nooit de focus zijn. Je moet altijd de onderliggende oorzaken en instandhouders van een eetstoornis (of een OCD, angststoornis of verslaving) adresseren. Als we dat nalaten, dan blijft het bij symptoombestrijding en vindt er geen genezing plaats.


Oorzaken van een eetstoornis

Terwijl ik luister, herinner ik mij een cliënte met eetbuien. Zij was eerder gediagnosticeerd met boulimia en had zich daarna tot een hypnotiseur gericht die haar dacht te helpen door haar een braakaversie (afkeer van overgeven) te doen ontwikkelen. Nu compenseerde ze haar eetbuien niet meer, maar was ze vele kilo’s aangekomen. Ze kon nog steeds niet omgaan met haar emoties, waarvoor ze ontlading bleef zoeken in het eten.

Ik denk niet dat ooit dé oorzaak van eetstoornissen wordt gevonden. De afgelopen decennia hebben veel theorieën opgeleverd, waarbij ook de ouders van patiënten het, ten onrechte, vaak hebben moeten ontgelden. Inmiddels is wel duidelijk geworden dat een eetstoornis veel meer behelst dan omgaan met eten en schoonheidsidealen. In mijn eigen praktijk zie ik vaak dat een bepaalde manier van omgaan met eten niet zozeer het probleem is, maar eerder de ‘oplossing’ voor een onderliggend probleem, zoals weinig zelfbeeld of het geen raad weten met emoties. Eten is vaak datgene waar iemand wél controle over heeft of wat wel even een goed gevoel geeft. Dit maakt het ook zo moeilijk om de eetstoornis los te laten, want het voelt goed.


Omgekeerde rollen

Peggy Claude-Pierre stelt dat een eetstoornis een ontwikkelingsstoornis is, die veelal begint voor het vierde levensjaar. Ze legt uit dat een gevoelig kind al op heel jonge leeftijd de zorgen of het verdriet van de ouders kan meekrijgen. Om zelf te kunnen overleven, vat het kind het idee op dat het de ouder moet beschermen. Dit alles gebeurt op onbewust niveau, zegt Peggy, en het kan al in de prenatale fase, in de baarmoeder, gebeuren. Wat plaatsvindt is een omkering van de rollen: het kind wordt de ‘ouder’ van de ouder.

Het opgroeiende kind is meestal bijzonder lief, aardig en behulpzaam in huis, en vaak zorgt het voor de ouder of andere gezinsleden. Soms is er sprake van een alleenstaande ouder, een ouder die ziek is of van een broertje of zusje met problemen. Vaak kunnen ouders zelf niet met hun emoties en problemen omgaan, zodat ze het ook niet aan hun kinderen kunnen leren. Maar er hoeft absoluut geen sprake te zijn van emotionele verwaarlozing, benadrukt Peggy, ouders treft geen schuld – al zijn ze soms zelf ook onvermogend.

Peggy’s verhaal is mij niet onbekend, maar toch raakt het me diep. Ik weet goed hoe het is om je als kind verantwoordelijk te voelen voor het geluk en het welzijn van de mensen die eigenlijk voor jou zouden moeten zorgen. Ik voelde het onvermogen van mijn vader die ziek was, evenals het enorme verdriet van mijn oma die twee kinderen en haar grote liefde was verloren. Tot op vandaag is er, diep vanbinnen, een deel in mij dat toch nog denkt dat zij haar vader en oma gelukkig had kunnen maken, als ze maar liever was geweest en beter haar best had gedaan.


Ondraaglijke druk

Op jonge leeftijd neemt het kind dus een veel te zware verantwoordelijkheid op de schouders. Soms draagt het het leed van de hele familie, soms van de hele wereld. Die last kan het helemaal niet aan. En als er dan iets misgaat, geeft het zichzelf de schuld. Peggy schrijft in haar boek over een negatieve, zelfafwijzende manier van denken die zij de ‘innerlijke negativist’ noemt. Het is een stem in het hoofd van de patiënte*, die haar doet geloven dat alles wat er gebeurt haar schuld is. Die zegt dat ze heeft gefaald, onwaardig is, niets goeds verdient, en die haar opdrachten geeft.

Eten (of niet eten) wordt vaak per toeval ontdekt als iets waar de patiënte wél controle over kan hebben. Het begint vaak onschuldig, maar later wordt het eten ingelijfd door het negatieve denken, als middel om haar te straffen of juist te belonen, door te bepalen wanneer en waar ze wel of niet mag eten en wat wel en wat niet, etc. Op een manier die wel lijkt op het stockholmsyndroom, kan iemand gehecht raken aan haar innerlijke dictator. Deze kan zo ook voorkomen dat iemand zich laat behandelen.

 

“The unconscious mind is where the negative mind lies, and it’s confirmed by society” – Peggy Claude-Pierre”

 

Wat ook speelt, is dat het kind zich intellectueel wel ontwikkelt, maar op emotioneel niveau blijft steken op de jonge leeftijd. Het is alsof die drie- of vierjarige ergens binnen in het lichaam woont en van binnenuit, door een kijkgaatje, de wereld beschouwt. Het betrekt alles op zichzelf en heeft weinig of geen extern referentiekader. Ook als iemand later volwassen is, beziet zij haar omgeving veelal door de ogen van het innerlijke kind. Het negatieve en zelfafwijzende denken en dicteren, het straffen en belonen, vindt ook plaats op dit onbewuste niveau. Dit alles veroorzaakt een haast ondraaglijke druk die, helaas, vanuit de maatschappij eerder wordt bevestigd dan ontkend. Voor gevoelige mensen is die druk te zwaar. Ze voelen zich onwaardig, zijn vreselijk bang om fouten te maken en daarnaast zo ontzettend moe van het vechten dat ze steeds minder kunnen.


Overgenomen gevoelens

Mijn praktijkervaringen weerspiegelen Peggy’s visie. Mijn cliënten met eetproblemen zijn zonder uitzondering heel gevoelig en vaak ontzettend intelligent, inlevend en zorgzaam. Ze zijn meestal ook perfectionistisch en veeleisend aan zichzelf. Op den duur en naarmate hun vertrouwen groeit, komen de heftige zelfkritiek en soms zelfhaat aan de oppervlakte. Bijna altijd is er sprake van overgenomen overtuigingen, gevoelens en gedragingen van ouders en vaak is er een overontwikkeld verantwoordelijkheidsgevoel voor die ouders of andere familieleden. Ik heb meerdere sessies begeleid waarbij een cliënt in beleving terugging naar de prenatale fase (de baarmoeder dus) om daar gevoelens terug te geven aan de moeder. Soms gaat het om trauma’s die zijn overgeërfd van generatie op generatie.

Niet alleen mijn praktijkervaringen, maar ook mijn eigen gevoel lijkt Peggy’s uiteenzetting te bevestigen. Een half uur na aanvang van de lezing ben ik doodop. Een intense vermoeidheid heeft zich meester van me gemaakt. Als therapeut ben ik gewend om mijzelf goed te beschermen voor sfeer en invloeden van buitenaf, maar hier lukt het me niet. Het is de vermoeidheid van alle meiden (en de enkele jongens) en hun ouders in deze zaal, die ik herken in mezelf. Het liefst zou ik naar buiten gaan, maar ik probeer mijn aandacht erbij te houden. Want in de lucht hangt ook hoop.


Hoop op herstel

Peggy’s aanpak is gericht op het sterker maken van de eigen persoonlijkheid, zodat de patiënte zich uiteindelijk zelf kan verlossen van de eetstoornis. Dit is ook het uitgangspunt in mijn praktijk. Als hypnotherapeut beschik ik over een taal en een koffertje aan technieken waarmee we het onbewuste kunnen aanspreken – het niveau waarop de eetstoornis en de ‘innerlijke dictator’ zich vooral manifesteren. Zo is het mogelijk om de dialoog aan te gaan met het negatieve denken en de andere persoonlijkheidsdelen die je identiteit vormen.

Het is heel belangrijk om te beseffen dat jij je eetstoornis of je negatieve denken niet bént. En al heb je geen verantwoordelijkheid voor je eetstoornis en al helemaal geen controle over de innerlijke dictator, het is wel degelijk mogelijk om deze van binnenuit te beïnvloeden en om ze minder macht te laten uitvoeren. Binnen je beperkte vrijheid ben je veel vermogender dan je denkt! Zo kan het onderontwikkelde zelf, stapje voor stapje en met heel veel liefde en geduld, opgroeien totdat het krachtig genoeg is om zichzelf te bevrijden.



Verder lezen en kijken

  • Het boek van Peggy Claude-Pierre is op dit moment alleen verkrijgbaar in het Engels: The secret language of eating disorders
  • De boeken van therapeut Rob Zondag zijn geïnspireerd door Claude-Pierre. In Ik zal stil naar je luisteren geeft hij een indringende blik achter de schermen van angst-, dwang- en eetstoornissen en de behandeling ervan.
  • In Utero is een indrukwekkende documentaire die aantoont, aan de hand van interviews met artsen en psychologen, mythes, populaire films en technologische trends, hoe belangrijk de periode in de baarmoeder is voor je verdere leven.
  • Lees ook het verhaal van Elizabeth, die leed aan eetbuien en bij mij hypnotherapie kreeg.


*Waar ik ‘patiënte’ en ‘zij’ schrijf, kan meestal ook ‘patiënt’ en ‘hij’ staan.

Share Button

Labels:, , , , , , , ,