Manja Kamman

Boek over verslaving

Vertroebelde visies op verslaving

Onze visie op verslaving is verweven met politiek, macht en economische belangen. Het stigma op verslaving wordt ingezet als instrument. Welke middelen zijn verslavend? Is verslaving een ziekte? Wat zijn de oorzaken van verslaving? Dit lijken puur medisch-wetenschappelijke kwesties, maar dat zijn ze niet.

De afgelopen twee jaar werkte ik aan een boek: een methodiek voor hulpverleners die mensen met verslavingen of eetstoornissen begeleiden. Ik schreef er al eerder over. In het boek, dat komend voorjaar uitkomt, staat behandeling centraal. Maar behandelingen zijn gefundeerd op theorieën. Ik ontkwam er niet aan om in het oerwoud te duiken van de vele visies op verslaving. In dit blog maak ik je deelgenoot van een stukje van mijn ontdekkingstocht en van de visie op verslaving die het fundament is van mijn behandelwijze.


Onze geschiedenis van verslaving

Het probleem met verslavingstheorieën is dat het er ontzettend veel zijn. Allemaal stukjes verklaringen, die alle een kern van waarheid bevatten maar niet of nauwelijks met elkaar geïntegreerd zijn. Ik verloor mezelf in artikelen, handboeken en andere literatuur en zag door de bomen het bos niet meer. Tot iemand mij begin dit jaar een boek aanraadde dat het allemaal goed samenvatte en me bovendien genas van de illusie dat er één juiste zienswijze zou zijn.

Dit boek is The urge – our history of addiction van Carl Erik Fisher, een ervaringsdeskundig klinisch psychiater. Het is inmiddels ook verschenen in het Nederlands. Fisher verhelderde mijn blik door pakkend samen te vatten hoe onze visie op verslaving door de jaren heen is verweven met politiek, macht en economische belangen. En dat is nog steeds zo.

Welke middelen of zaken we als ‘verslavend’ aanmerken bijvoorbeeld, heeft grote gevolgen voor de industrie die die middelen produceert. Denk aan de farmaceutische industrie, de alcohol- en tabakslobby, de gok- of voedingsindustrie. De vraag of je verslaafd kunt raken aan suiker of synthetische voedingsstoffen is nu erg actueel. En is gokken verslavend? Kun je verslaafd raken aan je smartphone? Antwoorden op deze vragen hebben enorme consequenties.


‘Harddrugsgebruikers zijn idioten’

Nog steeds hebben we het over ‘goede’ en ‘slechte’ drugs – de eerste zijn voor farmaceutische doeleinden, de tweede voor vermaak – en over ‘goede’ en ‘slechte’ gebruikers. Harddrugsgebruikers zijn asociaal omdat zij voor hun eigen, tijdelijke genot zware criminaliteit en liquidaties financieren, zegt een Nederlandse minister. (En ze verlagen bovendien de alcoholomzet van kroegen, volgt ook uit zijn betoog.) Pilletjes en cocaïne zouden ongezonder en ontwrichtender zijn dan ‘softdrugs’. Harddrugsgebruikers zijn ‘idioten’ die ‘we keihard moeten aanpakken’, vinden andere politici.

Maar wat te zeggen van de honderden miljoenen mensen die jaarlijks medicijnen krijgen voorgeschreven en de tientallen miljoenen die elk jaar verslaafd raken aan pijnmedicatie, slaap- en kalmeringsmiddelen?

Er is een terugkerend selectief geheugenverlies over het feit dat de grootste drugsschade – inclusief verslaving – bijna altijd wordt veroorzaakt door legale producten: morfine en cocaïne in de negentiende eeuw, stimulerende middelen [amfetamine of speed] en kalmerende middelen [benzo’s, xanax, valium] in het midden van de twintigste eeuw, opioïden [oxycodon] meer recentelijk en, altijd, alcohol en tabak’, schrijft Fisher.

De definitie van verslaving is vertroebeld door politieke en economische belangen. Is verslaving een ziekte? Is fysieke afhankelijkheid bepalend voor verslaving? Zijn ‘veranderingen in het dopaminesysteem’ een voorwaarde? Dit lijken puur medisch-wetenschappelijke kwesties, maar dat zijn ze niet. Verslavingswetenschap staat niet los van de maatschappelijke context en heersende cultuur.


Stigma als instrument bij verslavingsbeleid

Dat geldt ook voor het stigma op verslaving. Stigma heeft een historische, socio-economische en politieke dimensie en beïnvloedt beeldvorming en beleid. Stigma wordt ingezet als instrument. Ik haal de ‘snuivende idioten’ nog een keer aan. En wat te denken van de manier waarop ten tijde van de coronacrisis en dreigend gebrek aan IC-bedden werd gesproken over rokers en dikke mensen?

Carl Erik Fisher illustreert de overlap tussen de geschiedenis van verslaving en de bredere culturele geschiedenis van drugsbeleid, dat beïnvloed is door de heersende ideeën over verslaving. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Verslavingsbeleid gaat niet echt over mensen en evenmin over de daadwerkelijke schadelijkheid van drugs. Het is een reactie op een gestigmatiseerde visie op drugsgebruikers. Verslavingstheorieën en de daarop gebaseerde benaderingen zijn hiervan niet los te zien.

Een medische benadering van verslaving was lange tijd verre van vanzelfsprekend. Lang voordat verslaving als ziekte of stoornis werd aangemerkt, bestond het al als verschijnsel en werd het op uiteenlopende manieren benaderd. Elke benaderingswijze beïnvloedde het beeld van ‘de verslaafde’. Verslaving is vaak beschouwd als morele zwakte en verslaafden als mensen met een zwakke wil. Verslaving werd gezien als misdaad en gebruikers werden aangepakt vanuit justitie. In de Verenigde Staten zaten er undercoveragenten bij bijeenkomsten van de Anonieme Verslaafden (NA).


Verslaving als ziekte

De framing van verslaving als ziekte is een reactie op deze morele zienswijze. Het was een poging tot ontschuldigen, tot stigmabestrijding, en een manier om mensen hoop te bieden en behandeling in plaats van straf. Verslaving is geen keuze, maar een ziekte.

Maar wat voor ziekte dan precies? Een lichamelijke ziekte of psychiatrische stoornis? Een hersenziekte of een irrationele gewoonte? Een reactie op trauma, een symptoom van stress of symbool van maatschappelijke malaise? Is het een spirituele ziekte? Of ligt het toch vooral aan de verslavende stof? En is het te genezen of moet je ermee leren leven?

De medische wetenschap heeft geen consensus bereikt over wat verslaving exact is en hoe we het moeten omschrijven. Definities en meningen lopen sterk uiteen. Tegenwoordig gaat men ervan uit dat verslaving ontstaat door een combinatie van factoren: een biologische vatbaarheid, verstoringen in de persoonlijke ontwikkeling en omgevingsinvloeden. Het samenspel van factoren vergemakkelijkt het ontstaan van een verslaving. Er is geen sprake van een enkele oorzaak.

Ditbiopsychosociale model’ is momenteel leidend. Maar binnen dit model worden de neurobiologische aspecten – de hersenen dus – steeds belangrijker gevonden. Verslaving wordt gezien als een hersenziekte, al is deze visie ook onderhevig aan kritiek. Het vraagstuk of verslaving een hersenziekte is of niet, staat ook niet los van politieke en economische belangen.


Verslaving is geen ziekte, maar een oplossing

De vraag of verslaving een ziekte is of een keuze (en dus een morele zwakte) is ingegeven door het historische stigma, vindt Gabor Maté, een Canadese arts en verslavingsexpert. Verslaving is geen ziekte, noch een keuze, maar ‘een wanhopige poging van een mens om een probleem op te lossen: het probleem van emotionele pijn, van overweldigende stress, van verbroken verbinding, van controleverlies, van diep ongemak met het zelf’ (drgabormate.com). Om verslaving beter te begrijpen, moeten we kijken naar waaróm we verlichting zoeken, wat de pijn is waarvoor we het medicijn gebruiken.

Bij wie worstelt met verslaving, zegt Maté, hebben de hersenen zich niet ontwikkeld om pijnlijke emoties te kunnen ervaren zoals anderen dat kunnen. De ontwikkeling van het brein is niet los te zien van de ontwikkeling van een mens binnen zijn omgeving. Ingrijpende gebeurtenissen, zoals vroegkinderlijk trauma, verstoringen in de hechting, stress en sterke emoties, zijn van invloed op de ontwikkeling van de hersenen, het immuunsysteem, het hormoonstelsel en zelfs de genen. Pijn of trauma door persoonlijke ervaringen is bepalend voor iemands vatbaarheid voor ernstige aandoeningen, zoals een verslaving.

Zonder te ontkennen dat de hersenen een grote rol spelen, beschouwt Maté verslaving niet als ziekte. Zijn perspectief wijst eerder naar het tegenovergestelde: onze hersenen en ons lichaam hebben een fantastisch vermogen om zichzelf te herstellen.

Gabor Matés beschrijving van verslaving is niet de enige mogelijke. Maar ze komt dicht bij de ervaring, en zegt iets over een essentiële functie van verslaving.


De universele ervaring van verslaving

Verslaving is geen medisch, maar een menselijk probleem, concluderen Carl Erik Fisher en Gabor Maté. En het is universeel. Maté pleit voor een mensgerichte en meer persoonlijke omschrijving van verslaving, een die het totaalprobleem omvat.

Daarin staat hij niet alleen. Wereldwijd gaan stemmen op tegen de ontpersoonlijking, stereotypering of medicalisering van verslaving en psychische problemen in het algemeen. Verslaving laat zich niet vangen in een medisch hokje. Verslaving gaat over wat het betekent om mens te zijn, en te lijden. Verslaving is geen individuele ziekte, maar maakt deel uit van onze gemeenschappelijke geschiedenis. Ze komt van diepe wonden in de samenleving.

Ik denk dat we verslaving kunnen zien als een diepmenselijke ervaring. Een lichamelijk, psychologisch, maatschappelijk en spiritueel proces waar ieder mens doorheen gaat. Verslaving is een manier om met pijn om te gaan, met plezier en met verlangen. Omgaan met pijn en verlangen is een menselijke taak. Niet zozeer iets om op te lossen, of om tegen te vechten, maar iets waarmee we moeten leren omgaan. Ieder van ons.


Een verbindende visie op verslaving

Wat zijn de gevolgen van deze visie voor de omgang met mensen met verslavingsproblemen?

Door te erkennen dat verslaving een ervaring is met universele aspecten, kunnen we een groot verschil maken in de manier waarop wij ons opstellen tegenover onze medemens. Zolang we zeggen dat ‘anderen’ een probleem hebben, zeggen we in wezen ook dat ‘wij’ dat niet hebben. In mijn ogen is dat een ontkenning van de realiteit.

Door verslaving ook te onderzoeken in onszelf, hoe ogenschijnlijk onbeduidend het zich ook manifesteert, en er contact mee te maken, dragen we bij aan de vermindering van het stigma, de angst en de ontkenning.

Door bereid te zijn onszelf te laten raken en de pijn van de ander toe te laten in onszelf, om er mogelijk achter te komen dat deze slechts een spiegel is van ons eigen lijden, ontwikkelen we de compassie waarmee we elkaar beter kunnen steunen en gezamenlijk herstellen.


Verslaving van binnenuit benaderd

Dit is wat ik met mijn boek beoog. Een compassievolle beschrijving van het probleem van binnenuit, gebaseerd op persoonlijke ervaringen, van cliënten en van mijzelf. Hulpverleners inspireren en stimuleren om verslaving en trauma in zichzelf te onderzoeken. En een integrale benadering van verslaving aanbieden die aansluit bij ieders persoonlijke ervaringen en alle ruimte laat voor maatwerk.

Als je interesse is gewekt en je wilt op de hoogte blijven van de ontwikkelingen van mijn boek, schrijf je dan in op mijn blog, stuur me een mailtje of laten we connecten op LinkedIn.

Deel dit blog op sociale media:

Facebook
Twitter
LinkedIn
Blijf op de hoogte

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

Nieuwste blogs

praten over eetstoornis

In gesprek met mijn eetstoornis

Waarom voel ik me zo ongemakkelijk als gesprekken over eetstoornissen zich concentreren op extreem eetgedrag, gewicht of lichaamsbeeld? Om hier achter te komen, vroeg ik