Twaalf jaar geleden stopte ik met drinken. Kort daarvoor had ik iets gelezen wat mijn kijk op mezelf veranderde. Het werd het begin van een zoektocht naar wie ik werkelijk ben, waarin ik leerde wat mijn verslaving me wilde vertellen.
De laatste keer dat ik dronk was in oktober 2014. Ik was destijds een half jaar met sabbatical en had kort voordat ik stopte met drinken iets gelezen wat me diep raakte. Het stond in De verslaving voorbij van Jan Geurtz. Ik vat het samen zoals ik het heb onthouden:
Je bent niet wat je denkt dat je bent. Je bent niet je gedachten, gevoelens of gedrag, en ook niet het ‘ik’ dat denkt, voelt en handelt. Datgene waarmee je je dagelijks identificeert, is grotendeels het resultaat van wat je over jezelf hebt geleerd, vaak onbewust en onder invloed van anderen. Maar dat is niet wie je werkelijk bent. Je bent het bewustzijn dat zich gewaar is van het denken, voelen en handelen. Dat is je pure Zelf, je essentie. En die essentie is liefde.
In essentie ben ik bewustzijn en liefde
Het besef dat dit waar zou kunnen zijn, bevrijdde me van de diepe kernovertuiging dat ik in wezen slecht was, wat ik ook deed om dat goed te maken. Een overtuiging die gepaard ging met dagelijkse innerlijke kritiek en diepe schaamte die ik verborgen hield, maar die door mijn gedrag – onder meer het vele drinken – telkens weer werd bevestigd. Ik kon er maar beter niet zijn. Het waren vreselijke gedachten over mezelf en pijnlijke gevoelens waarmee ik me volledig had geïdentificeerd. Maar nu kwam de eyeopener (of beter: de hartopener): die gedachten en gevoelens vertelden dus niet wie ik werkelijk was.
Want ik was liefde. Ik voelde het nog niet, maar het besef opende een poort.
Maar wat betekende dat in vredesnaam? Wie ben ik dan? Die vraag is me sindsdien blijven bezighouden. Het antwoord had ik al gekregen en het had me bevrijd, maar blijkbaar was het toch niet genoeg. Ik wilde iets tastbaars vinden, iets wat ik kon herkennen en definiëren. Zo ging ik via allerlei omwegen op zoek naar mijn ware zelf, naar wie ik werkelijk was, naar mijn authenticiteit.
Wie was ik als kind?
Onderdeel van die zoektocht was teruggaan naar wie ik als kind was geweest, naar mijn oorspronkelijke, natuurlijke kernkwaliteiten. Ik vond daar een best wel lief meisje, zorgzaam en behulpzaam. Maar was dat niet ook allemaal aangeleerd? Mijn moeder, die onderwijzeres was, had me vernoemd naar het liefste meisje uit haar klas. Dat was nogal een opdracht. Was ik werkelijk lief, of gedroeg ik me zoals er van me werd verwacht?
Ik herkende ook andere kanten van mezelf. Rond mijn derde was ik erg fantasierijk en creatief, maar ook ‘anders’, sociaal angstig en verlegen – eigenschappen die ik in mezelf afwees. Zo was ik toch niet geboren? Wie was ik voordat ik verlegen en angstig werd? Mijn herinneringen reikten niet ver genoeg terug.
Ik ontdekte dat zelfs mijn beeld van mijn oorspronkelijke kindzelf gekleurd was door verwachtingen en zelfafwijzing. Bovendien, was ik dat dan? Die kwaliteiten hoorden bij het kind dat ik toen was, bij die ontwikkelingsfase, en kwamen niet overeen met hoe ik mezelf als volwassene ervoer. Het gaf me geen bevredigend antwoord.
Dus zocht ik verder. Waar was ik goed in? Wat waren mijn kernkwaliteiten, mijn passies, mijn zielsmissie? Ik ging op zoek naar wie ik was, maar bleef antwoorden zoeken in eigenschappen, kwaliteiten en rollen waarmee ik me kon identificeren. Daarmee deed ik eigenlijk opnieuw wat ik door het lezen van Jan Geurtz juist had leren loslaten.
Blijkbaar is de behoefte om te kunnen aanwijzen en definiëren wie we zijn bijzonder sterk. Alsof we pas kunnen weten wie we zijn wanneer we er woorden aan kunnen geven, het kunnen vastpinnen. Is het misschien juist die behoefte om het ‘ik’ te definiëren die ons ervan weerhoudt onze essentie te ervaren?
Iets blijvends dat met me meereist
Wat ik wel heb geleerd van mijn zoektocht is dat ik een mens in ontwikkeling ben. Ik ontwikkel me door mijn ervaringen, doordat ik voortdurend leer. Mijn identiteit wordt gevormd door wat ik van anderen meekrijg, door mijn ervaringen en keuzes, mijn biologische aanleg en de cultuur waarin ik leef. Die identiteit staat niet vast, maar verandert voortdurend.
Maar er is ook iets in mij dat blijft en met me meereist. Dat getuige is van dit alles, maar me ook voortbeweegt. Dat zich wil uitdrukken, door mij heen. Dat is geen mensje in mij, geen persoonlijkheid. Het is bewustzijn, maar ook beweging, energie. Eigenlijk schieten woorden tekort om het te beschrijven, want zodra ik dat probeer, maak ik er alweer iets van wat het niet is. Vaag? Ja en nee. Want ik kan het wel duidelijk ervaren wanneer ik erop afstem. Die ervaring heeft bepaalde zijnskwaliteiten, die overigens zelden allemaal tegelijk aanwezig zijn. Maar die kwaliteiten leggen niet vast wat het is, ze kunnen het hooguit benaderen.
Soms ervaar ik het als neutraal bewustzijn, maar ook als liefdevolle aanwezigheid, warmte, zachtheid. Als stilte, waarin alle chaos en lawaai gewoon mogen bestaan. Als niet iets hoeven doen, maar ook niet per se niets doen. Als rust en ontspanning, maar evengoed geestdrift en creativiteit. Ik ervaar het als niet iets nodig hebben en toch verlangen. Als iets heel eigens, maar ook als een diepe verbondenheid met mijn omgeving, de natuur, het grote geheel. Samensmeltend met alles en toch helemaal mezelf. Liefde, zeker, maar zonder iets te hoeven vasthouden. Als absolute vrijheid.
Dat is allemaal hoe ik mijn essentie kan ervaren. Maar zodra ik me met een van deze kwaliteiten identificeer, verlies ik uit het oog wat ik werkelijk ben. Bovendien hoef ik, om mijn essentie te ervaren, niets aan mezelf te veranderen of te verbeteren. Ik hoef niet iets anders te worden dan ik al ben. Het gaat om een verschuiving in identificatie.
Het Zelf in Internal Family Systems
Een jaar of zeven geleden vond ik als therapeut in Internal Family Systems (IFS) een manier om hier ook in mijn werk met cliënten mee aan de slag te gaan. Volgens IFS bestaan we als persoon uit allerlei verschillende delen, met elk hun eigen rol, kwaliteiten, angsten en overtuigingen. Sommige zijn jong, andere ouder. Sommige zijn vrij, andere onvrij. Zo heb ik lieve, slimme, grappige, zorgzame delen, maar ook kritische, perfectionistische, hardwerkende en verslavingsgevoelige. En er is ook iets in ons wat niet door die delen wordt bepaald. In IFS noemen we dat het Zelf, met een hoofdletter.
Het Zelf is geen deel, maar je aangeboren heelheid. Het is altijd aanwezig, ook wanneer je er geen contact mee ervaart. In IFS wordt vaak de metafoor van de zon gebruikt: de zon is er altijd, ook wanneer de wolken haar volledig bedekken. Zo kunnen delen het contact met het Zelf vertroebelen, zonder dat het Zelf zelf verdwijnt. We kunnen het Zelf herkennen aan bepaalde kwaliteiten, zoals kalmte, compassie, moed, vertrouwen, verbondenheid en creativiteit. Deze kwaliteiten geven een indicatie van de mate waarin we Zelfenergie ervaren, maar definiëren niet wat het Zelf is.
Soms voel je je zonnig en ervaar je veel Zelfenergie, soms zit je met je hoofd in dichte onweerswolken. Je herinneren dat je de zon bent, betekent nog niet dat de wolken verdwijnen. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Soms lukt het om weer even af te stemmen op de zon en een paar zonnestralen op je delen te laten schijnen. Er ontstaat wat meer ruimte tussen jou en je delen, wat meer rust en compassie. En soms blijft het bij het besef dat de zon er nog steeds is, ook als je haar niet kunt zien.
Verdwijnen in verhalen van overactieve delen
In mijn groepswerk gebruik ik IFS om mensen te leren hun verschillende delen te herkennen en vanuit Zelfenergie contact met die delen te maken. Een deelnemer aan een van mijn groepen beschreef een inzicht dat ze tijdens de training kreeg: “Er is iets aan het verschuiven. Ik heb altijd gedacht dat ik diep vanbinnen helemaal niet van mezelf houd. Dus wat ik ook doe, het komt niet echt binnen en ik gun mezelf ook geen beter of rijker leven. Maar als ik het goed begrijp, ben ik in essentie dus helemaal heel? En houd ik diep vanbinnen ook gewoon van mezelf, alleen zijn er allerlei overactieve delen die in mijn hoofd staan te schreeuwen?”
Dat we zo weinig Zelfenergie ervaren, komt doordat we vermengd zijn met onze delen. We gaan op in al hun verhalen over wie we zijn, wat we hebben meegemaakt, wat we denken, voelen en geloven. Die verhalen zijn zeker niet onbelangrijk. We moeten ze leren kennen, willen we goed voor onze delen kunnen zorgen. Alleen hoeven we er niet mee samen te vallen. Zolang we ons identificeren met onze delen en hun verhalen, verliezen we het contact met het Zelf uit het oog. Vanuit het Zelf kunnen we aanwezig zijn bij alles wat bij ons als persoon hoort, zonder er volledig in te verdwijnen.
Het Zelf is er altijd
“Is het Zelf dan mijn ‘gezonde volwassene’?”, vragen cliënten me weleens, verwijzend naar een begrip uit de schematherapie. Er zijn zeker overeenkomsten, maar voor mij is er een wezenlijk verschil. Gezonde volwassen vermogens kun je ontwikkelen en versterken, maar het Zelf is er al, ook wanneer je nauwelijks in staat bent om goed voor jezelf te zorgen. Je hoeft het Zelf niet te ontwikkelen, alleen de toegang ertoe te hervinden.
Het Zelf overstijgt de persoon en is tegelijkertijd aanwezig in al onze delen. Het is als het ware de immateriële stof waaruit ze gemaakt zijn, het licht en de liefde waaruit ze voortkomen. Uiteindelijk komt alles uit dezelfde bron.
Je verslaving wijst je de weg
We vergeten voortdurend die bron waaruit we voortkomen, wie we werkelijk zijn. En wat zo wonderlijk is: een verslaving herinnert ons daaraan. De roes, het gevoel waarnaar we verlangen, raakt aan die Zelfkwaliteiten: kalmte, moed, (zelf)vertrouwen, verbondenheid, vrijheid, het gevoel dat je leeft… Even helemaal mezelf zijn, zeggen we dan.
Een verslaving herinnert je aan wat je werkelijk zoekt: je Zelf.
Maar verslaving is de boodschapper. Ze wijst je in de richting van wat je zoekt, maar ze is niet de bron ervan. Er zit geen rust in de fles, geen liefde in dat pilletje en nee, chocola houdt ook niet van je. Wat je zoekt, zit in jou. Verslaving wijst je de weg naar je Zelf, maar verwijdert je tegelijkertijd van de bewuste ervaring ervan, met alle gevolgen van dien. Dat is de prijs die je betaalt: je bewustzijn. Terwijl die weg naar binnen juist van je verlangt dat je bewust blijft, het licht aanhoudt.
In de Craving Course geef ik de deelnemers een kaarsje in de vorm van een zonnetje met een glimlachend gezichtje, als symbool voor het Zelf. Ik nodig ze uit om het aan te steken, juist op de momenten dat ze verdwijnen in urenlange sessies op hun telefoon, eenzaam op de bank zitten met een fles, op hun knieën voor de wc of op het balkon met een sjekkie. Een klein lichtje dat hen eraan herinnert wie ze werkelijk zijn. Liefde. Licht.
Verder lezen & op de agenda
- Uit de schaduw van trauma van Ralph De La Rosa. Over de verbinding tussen IFS en boeddhistische meditatie, hoe zelfcompassie en bewustzijn kunnen helpen om anders met onze gekwetste delen om te gaan en weer contact te maken met wie we ten diepste zijn.
- Ik ben fan van de boeken van Michael A. Singer, die helemaal aansluiten op dit onderwerp. Ik lees momenteel Zijn wie je bent – Leven op je eigen voorwaarden. Ook prachtig is Geluk zonder voorwaarden.
- De komende maanden staan er weer trainingen en bijeenkomsten op het programma, waaronder een webinar over trauma en verslaving op 1 december, een nieuwe groep Wise Ones in januari en Deel van jou, deel van mij, een lang weekend voor naasten, in maart. In mijn agenda vind je mijn volledige aanbod, inclusief de trainingen en opleidingen voor professionals.
- Wil je op de hoogte blijven van nieuwe data voor de Craving Course? Stuur me een mailtje: manja@manjakamman.nl
Podcast ‘Over onverdoofd leven’
Onlangs was ik te gast bij Marijke Leys in haar podcast Van Delen naar Helen. We spraken over verslaving en delenwerk, mijn eigen ervaringen met verslaving en herstel, de verschillende functies van verslavingsgedrag en wat het betekent om onverdoofd te leven. Luister hier naar de aflevering:



