Eerder dit jaar las ik Vrouwen, eten en God van Geneen Roth. De Engelse ondertitel, die in de Nederlandse editie is komen te vervallen, luidt: An Unexpected Path to Almost Everything. Want wie begint bij onze relatie met eten, komt al snel bij veel grotere vragen terecht.
Het boek is alweer een oudje, uit 2009. Laat je niet afschrikken door vrouwen en God in de titel. Roth schrijft vanuit haar jarenlange werk met vrouwen, maar de patronen die ze beschrijft zijn wat mij betreft veel breder herkenbaar. Het is ook geen religieus boek. Roth gebruikt God in een veel ruimere, spirituele betekenis. Je kunt er evengoed het universum, de natuur, liefde of iets groters dan jezelf voor lezen.
Vrouwen, eten en God gaat over onze relatie met eten en wat daarin zichtbaar wordt over hoe we met onszelf omgaan. Een van de ideeën die bij mij bleef hangen is haar onderscheid tussen Beperkers en Toelaters. Daar wil ik in dit blog wat langer bij stilstaan.
Wat sta je jezelf toe?
Met Beperkers en Toelaters beschrijft Roth twee verschillende manieren waarop we omgaan met eten, verlangens, behoeften, gevoelens en andere lichamelijke signalen. Of breder gezegd: hoe we omgaan met wat we willen, voelen en nodig hebben.
Kort gezegd heeft de Beperker moeite met zichzelf iets toestaan. Zij houdt van regels, discipline en controle. Bij eten zie je dat bijvoorbeeld terug in lijnen, calorieën tellen, bepaalde voedingsmiddelen vermijden en voortdurend bezig zijn met wat ‘goed’ en ‘fout’ is. Vragen als mag ik dit wel, heb ik dit verdiend, is dit niet te veel? zijn typisch voor de Beperker. Volgens Roth heeft zij vooral moeite om ja tegen zichzelf te zeggen.
De Toelater heeft meer moeite met nee zeggen. Zij wil ruimte en vrijheid en kan regels al snel als beklemmend ervaren. Ik wil gewoon kunnen nemen waar ik zin in heb. Rond eten kan dat betekenen dat je doorgaat terwijl je lichaam aangeeft dat het genoeg heeft, of dat je eet om jezelf te troosten, te verdoven of even nergens aan te hoeven denken.
We kennen allemaal zowel de Beperker als de Toelater, vaak op verschillende terreinen van ons leven. Ze kunnen elkaar prima aanvullen, totdat ze tegenover elkaar komen te staan. Dan probeert de een steeds meer controle te krijgen en wil de ander daar steeds harder onderuit. Bij verstoord eetgedrag kan die strijd behoorlijk uit de hand lopen.
Te veel eten en diëten
Bij mensen die last hebben van eetbuien of emotie-eten treedt de Toelater op de voorgrond. Er is vaak ook een sterke Beperker, die het eten weer onder controle probeert te krijgen door minder te eten, bepaalde voedingsmiddelen te verbieden, op dieet te gaan of extra te sporten. Na een eetbui wordt zij vaak nog strenger, met bijbehorende negatieve self-talk: Zie je wel, je kunt jezelf niet beheersen. Morgen moet je weer echt opletten.
Zo ontstaat een vicieuze cirkel. Beperken zorgt voor honger en trek en maakt de spanning rond eten steeds groter. Op een gegeven moment neemt de Toelater het over en wordt er meer gegeten dan nodig. Daarna komen schuld en schaamte en mengt de Beperker zich er weer mee. Zij probeert de schade te herstellen door opnieuw regels te maken, minder te eten of extra te bewegen. En zo begint het weer van voren af aan.
En bij anorexia?
Bij anorexia is de Beperker veel zichtbaarder. Zij eet weinig, negeert honger, maakt regels, telt calorieën, beweegt veel en verlegt steeds opnieuw de grens van wat nog minder kan. De Toelater is er ook. Het lichaam blijft om voedsel vragen en de behoefte aan eten kan steeds sterker worden. Soms breekt die door de controle heen en ontstaat er een eetbui. De Toelater kan ook op andere manieren ruimte zoeken, bijvoorbeeld via alcohol of ander gedrag waarmee iemand zichzelf tijdelijk iets toestaat wat normaal streng wordt gecontroleerd.
Ook zonder eetbuien kan er een enorme innerlijke strijd zijn. Een deel verlangt naar eten, genieten, rust of vrijheid, terwijl een ander deel dat verlangen onmiddellijk inperkt. Ik zou zo graag gewoon mee-eten wordt gevolgd door dat kan niet, dan verlies je de controle; de behoefte aan rust door je moet bewegen. Wat de ene kant verlangt, wordt door de andere kant meteen teruggefloten.
De strijd gaat over meer dan eten
De Beperker en de Toelater gaan uiteindelijk over veel meer dan eten. Ze laten zien hoe we hebben geleerd met onze behoeften om te gaan. Soms heb je honger en is eten precies wat je nodig hebt. Op andere momenten lijkt eten het antwoord, terwijl er eigenlijk iets anders om aandacht vraagt: behoefte aan rust of troost, verbinding, plezier, of ruimte om je eigen leven te leven. Soms gaat het simpelweg over iets mogen willen of nodig hebben. Als je die behoeften niet kunt herkennen of er geen woorden voor hebt, kan alles zich vertalen in dezelfde boodschap: ik wil eten.
Zowel Beperkers als Toelaters hebben weinig contact met hun gevoelens en werkelijke behoeften. De Beperker onderdrukt of ontkent ze; zij heeft moeite om te erkennen dat ze überhaupt iets voelt of nodig heeft en zichzelf toe te staan ernaar te luisteren. De Toelater reageert zo snel op een gevoel, verlangen of impuls dat er weinig gelegenheid is om te onderzoeken wat er werkelijk speelt en wat ze nodig heeft.
Wat dan ontbreekt is de tussenruimte, waarin je kunt opmerken wat je voelt, herkennen wat je nodig hebt en bepalen wat een passend antwoord is. Bij de Beperker stokt dat proces vaak al bij het erkennen of toestaan. Bij de Toelater gaat het zo snel van voelen naar doen dat het onderzoeken van de behoefte ertussenuit valt.
Beperken en toelaten zijn conditioneringen uit je verleden
Hoe we met onze behoeften omgaan heeft veel te maken met wat we daar als kind over hebben geleerd. Was er aandacht voor wat je nodig had? Werd er naar je geluisterd? Kreeg je hulp om te begrijpen wat je voelde en nodig had? En was er ruimte om daar uitdrukking aan te geven?
Beperken en toelaten kunnen oude, aangeleerde manieren zijn om met tekorten om te gaan, bijvoorbeeld aan zorg, aandacht, begeleiding of autonomie. Geneen Roth beschrijft hoe Beperkers zichzelf dingen ontzeggen voordat een ander dat kan doen. Als je niets nodig hebt, kan het je ook niet worden onthouden. Voor een Beperker is controle een vorm van veiligheid. Door haar behoeften eronder te houden, hard te werken en weinig te eisen, heerst zij over zichzelf en haar lichaam.
Toelaters reageren anders op tekort: zij proberen zoveel mogelijk te krijgen zolang het beschikbaar is, voordat de aandacht of overvloed weer op is. De Toelater heeft geleerd snel te nemen wat er te krijgen is, vanuit de verwachting dat het ieder moment weer kan verdwijnen. Wachten, voelen wat genoeg is en erop vertrouwen dat er later ook nog genoeg zal zijn, voelt gewoon niet veilig.
Als het te veel was
Beperken en toelaten kunnen ook ontstaan als reactie op ervaringen die te veel waren: te veel pijn, te veel gevoel, te veel dwang van buitenaf. Als gevoelens of ervaringen vroeger te groot waren en je de steun of mogelijkheden miste om ze te verwerken, moest je een manier vinden om ermee om te gaan. Emotionele pijn voel je in je lichaam, en juist dat lichaam kan dan iets worden waaraan je probeert te ontsnappen.
Door te eten kun je je gevoelens tijdelijk dempen of verdoven; door jezelf uit te hongeren en je lichaam streng onder controle te houden kun je afstand creëren tot je gevoel. Zo helpen zowel toelaten als beperken om niet te hoeven voelen wat je voelt.
Alsof het verleden er nog steeds is
Wat ooit hielp, blijft zich herhalen lang nadat de oorspronkelijke omstandigheden zijn verdwenen. Beperker en Toelater reageren nog steeds op oude tekorten, pijn en dreiging alsof die er op dit moment zijn. Je lichaam bevindt zich in het heden, terwijl een deel van jou nog probeert te overleven in het verleden.
Onder die manieren om te overleven liggen gevoelens waarvoor destijds geen ruimte was: verdriet, angst, boosheid, schaamte, eenzaamheid of andere kwetsbare gevoelens die je hebt leren vermijden, maar die telkens opnieuw naar boven komen. Ze vragen uiteindelijk om iets wat er destijds niet was: ruimte om gevoeld te worden, met liefdevolle aandacht, en de ervaring dat je erbij kunt blijven.
Er kunnen onbedoeld ook overtuigingen over jezelf zijn ontstaan. Bijvoorbeeld dat er iets mis met je is, dat je te veel bent of te veel nodig hebt. Dat je jezelf moet aanpassen, iets moet presteren of zelfs moet boeten om liefde, zorg of een plek in de wereld te verdienen. Jezelf uithongeren, volproppen of straffen kan verbonden raken met zulke oude overtuigingen.
Zo houden Beperker en Toelater ieder op hun eigen manier iets uit het verleden gaande in het heden.
Waar honger je naar?
Herstel vraagt dat Beperker en Toelater elkaar steeds wat minder in de weg zitten. Dat er ruimte komt tussen wat je voelt en wat je doet, zodat je kunt opmerken wat er in je gebeurt, herkennen wat je nodig hebt en kiezen wat daar op dat moment bij past.
Soms is het antwoord heel eenvoudig: eten. Dat is belangrijk om niet uit het oog te verliezen. Niet ieder honger verwijst naar een emotionele behoefte. Zeker wanneer je lange tijd hebt beperkt, kan een sterke drang om te eten simpelweg betekenen dat je lichaam voedsel nodig heeft.
Roth zegt daarover: een eetprobleem gaat niet over eten en het gaat ook niet niét over eten. Ze nodigt je uit om heel concreet te kijken naar je eetgedrag. Wat ligt er op je bord? Hoeveel en hoe vaak eet je? Wanneer eet je? Hoe voelt honger in je lichaam, en hoe voelt verzadiging? Welke regels heb je over wat wel en niet mag? Wat gebeurt er wanneer je daarvan afwijkt? En steeds weer die vraag: wat is er op dit moment nodig?
Soms hongeren we naar iets wat moeilijker te benoemen is. Naar slaap, rust, aanraking, gezelschap, plezier of tijd alleen. Misschien wil je huilen, boos zijn, bewegen, stoppen met werken of eindelijk ergens nee tegen zeggen. Misschien verlang je naar even helemaal niets. Naar contact met een plek in jezelf waar je niet voortdurend iets hoeft op te lossen, te verbeteren of te beheersen. Naar ruimte om eenvoudigweg te mogen zijn wie je bent.
En soms weet je het gewoon niet. Ook dat mag ruimte krijgen. Je kunt de vraag stellen en even wachten, zonder meteen een antwoord te hoeven vinden. Waar verlang ik eigenlijk naar? Wat merk ik in mijn lichaam als ik mezelf die vraag stel?
Erbij blijven
Om te kunnen opmerken wat er gebeurt, moet je steeds opnieuw met je aandacht terug naar jezelf en je lichaam. En dat terwijl dwangmatig eten én dwangmatig niet-eten precies het tegenovergestelde vereisen: dat je de signalen van je lichaam passeert. Je moet honger, verzadiging, spanning, vermoeidheid en gevoelens negeren om het patroon te kunnen voortzetten.
Erbij blijven kan dus behoorlijk moeilijk zijn, zeker als eten of niet-eten lange tijd heeft geholpen om niet te hoeven voelen. Het vraagt oefening om steeds iets beter op te merken wat je lichaam je vertelt en iets langer te blijven bij wat je voelt.
Geneen Roth vat het samen in twee uitgangspunten: eet wat je wilt eten wanneer je honger hebt, en voel wat je voelt wanneer je geen honger hebt.
Daar zit voor mij de kern. Het gaat om de vrijheid om te voelen, te willen en iets te ontvangen, zonder iets te hoeven doen, te compenseren of te verdwijnen.
Verder lezen, kijken en meedoen
- Geneen Roth, Vrouwen, eten en God – in het Nederlands voor zover ik weet alleen nog tweedehands verkrijgbaar. De Engelse editie, Women, Food and God, is wel nieuw verkrijgbaar.
- De korte film Nervosa van Thessa Meijer maakt op een prachtige, beeldende manier de dynamiek tussen een Beperker en een Toelater zichtbaar.
- Wise Ones is mijn kleine groep voor mensen met langdurige eetproblematiek, waarin we werken met opstellingen van het verlangen. In het najaar is nog één plek beschikbaar. In 2027 start er opnieuw een groep. Heb je interesse, meld je dan op tijd aan, want de groepen zijn meestal snel vol.
- Nieuw in november: Honger en het lichaam – een mooie, ervaringsgerichte tweedaagse voor professionals over delenwerk bij eetstoornissen en de onderliggende (trauma)dynamieken die we daarbij vaak tegenkomen. Ik heb ontzettend veel zin om deze nieuwe training te geven en kan hem van harte aanraden als je werkt met mensen met een eetprobleem.



