Fawning en verslaving - alles voor de relatie

Fawning en verslaving

De laatste tijd hoor je steeds vaker over fawning. Naast fight, flight en freeze is dit ook een overlevingsrespons. Toen ik me erin begon te verdiepen, viel me op hoeveel ik ervan herken bij mensen met een verslaving. Over waarom aanpassen vaak voorafgaat aan verslaving, en herstel geen einde maakt aan fawning.

Wat is fawning?

Fawning gaat over jezelf aanpassen om verbonden te blijven. Je probeert de relatie met een ander goed te houden, spanningen te sussen en te voorkomen dat je wordt afgewezen, pijn gedaan of verlaten. Waar fight en flight draaien om vechten of vluchten, gaat fawning juist om afgestemd blijven. Veel mensen herkennen het als moeite hebben met nee zeggen, conflicten vermijden, aardig en begripvol blijven wanneer ze eigenlijk boos zijn, of voortdurend bezig zijn met wat anderen nodig hebben.

Overlevingsresponsen zijn automatische reacties van ons zenuwstelsel. Ze komen in beeld wanneer we ons onveilig voelen. Soms vechten we, soms trekken we ons terug en soms passen we ons aan. We fawnen wanneer vechten of vluchten geen optie is. Fawning ontstaat vaak op jonge leeftijd. Een klein kind is immers volledig afhankelijk van zijn verzorgers en heeft geen andere mogelijkheid dan zich aan te passen aan de omstandigheden waarin het opgroeit.


Hoe ontstaat fawning?

Fawning ontstaat vaak in situaties waarin een kind afhankelijk is van ouders of verzorgers die onvoorspelbaar, emotioneel afwezig, explosief of juist erg kwetsbaar zijn. Kinderen leren dan bijvoorbeeld de stemming van een ouder aan te voelen, ruzies te sussen, rekening te houden met de behoeften van anderen, niet te veel ruimte in te nemen of vooral geen extra problemen te veroorzaken. Het komt ook voor in gezinnen waar alles er vanbuiten goed uitziet, maar waar een kind leert dat aanpassen veiliger is dan laten zien wat het zelf voelt, denkt of nodig heeft.


Wanneer fawning een patroon wordt

Wat ooit een manier was om met onveiligheid om te gaan, verdwijnt niet vanzelf wanneer de omstandigheden veranderen. Je kunt je als volwassene automatisch blijven aanpassen, ook wanneer er geen directe dreiging meer is. Het patroon kan opspelen in situaties die niet per se onveilig zijn, maar wel iets raken van die oude ervaringen.

Je zegt ja terwijl je vanbinnen nee voelt. Of je staat niet eens meer stil bij wat jij zelf wilt. Je geeft snel toe wanneer iemand teleurgesteld of boos lijkt, weegt je woorden zorgvuldig of haalt een gesprek nog uren terug in je hoofd. Misschien herken je het aan de onrust die ontstaat zodra iemand zich terugtrekt of anders reageert dan je had verwacht. Vaak gebeurt dit zo automatisch dat je pas achteraf merkt hoe ver je van jezelf verwijderd bent geraakt.


Jezelf kwijtraken

Misschien is dat wel de grootste prijs van fawning. Omdat de aandacht steeds naar buiten gaat – wat voelt de ander, wat heeft de ander nodig, hoe houd ik de relatie goed? – raakt het contact met jezelf op de achtergrond. Je merkt pas later dat iets niet goed voelde, dat je over een grens bent gegaan of hebt ingestemd met iets wat je helemaal niet wilde. Niet omdat je geen eigen mening of behoeften hebt, maar omdat je gewend bent geraakt eerst naar de ander te kijken.

Onder dat aanpassen ligt de angst dat er iets misgaat wanneer je jezelf laat zien. Dat de ander boos wordt, je afwijst of weggaat. Je gevoel van veiligheid raakt daardoor verbonden met de stemming of goedkeuring van de ander. Om de relatie te beschermen ga je delen van jezelf verbergen. Zo ontstaat langzaam een kloof tussen wat je vanbinnen voelt, denkt, wilt en nodig hebt, en hoe je je naar buiten toe gedraagt.


Fawning in gezinnen met verslaving

Op het eerste gezicht lijken fawning en verslaving weinig met elkaar te maken te hebben. Verslaving wordt meestal gezien als een vorm van vluchtgedrag, waarbij iemand zich afsluit van zichzelf, zijn gevoelens of zijn omgeving. Fawning gaat juist over afstemmen, aanpassen en bezig zijn met anderen. Bijna het tegenovergestelde dus.

Wanneer er over fawning en verslaving wordt gesproken, gaat het meestal over de partners, kinderen en andere naasten van iemand met een verslaving. We noemen dat codependentie. Het gaat dan over naasten die zich steeds verder aanpassen aan degene die gebruikt. Ze sussen, helpen, vangen op en proberen de schade te beperken. Daar wordt vaak behoorlijk hard over geoordeeld. We spreken over enabling: het in stand houden van de verslaving van een ander. Alsof iemand daar bewust voor kiest.

Wanneer je codependentie bekijkt vanuit fawning, zie je geen karaktereigenschap, maar een oude overlevingsstrategie. Je kijkt naar iemand die ooit heeft geleerd dat aanpassen veiliger is dan confronteren, en dat verbonden blijven belangrijker is dan opkomen voor zichzelf. Oordeel maakt dan plaats voor meer begrip.


Fawning vóór de verslaving

Maar ook mensen met een verslaving herkennen fawning bij zichzelf. Sterker nog: vaak was fawning er al voordat de verslaving begon.

In mijn praktijk vertellen mensen over een jeugd waarin ze voortdurend bezig waren met de stemming en verwachtingen van anderen. Ze probeerden geen last te zijn en zich aan te passen aan wat nodig was om liefde, aandacht of veiligheid te verdienen, terwijl er weinig ruimte was voor hun eigen behoeften en verlangens. Veel mensen met een verslaving kunnen haarfijn aanvoelen wat er van hen verwacht wordt, maar hebben veel meer moeite met de vraag wat ze zelf willen. Vaak ook met de vraag wie ze zijn.


Middelengebruik als protest tegen het fawnen

Voor iemand die jarenlang bezig is geweest met voldoen aan verwachtingen, kunnen alcohol of drugs voelen als eindelijk vrijheid. Even ben je niet meer bezig met anderen. Je hoeft niet meer te zorgen, alert te zijn, in te voelen of te voldoen. “Even een moment voor mezelf”, hoor je mensen vaak zeggen wanneer ze beschrijven wat middelengebruik hun brengt.

Alcohol, eten of andere middelen kunnen bovendien iets worden dat helemaal van jou is. Iets waar niemand zich mee bemoeit. Een eigen wereld, een eigen geheim. Soms ontstaat daar voor het eerst ruimte om te voelen wat je voelt, te zeggen wat je denkt, te doen wat je wilt en te zijn wie je bent.

Ik herken dat ook uit mijn eigen leven. Als kind was ik voortdurend bezig met wat ik dacht dat mijn moeder van mij verwachtte. Ik probeerde te zijn wie zij voor ogen had, maar hoe hard ik ook mijn best deed, het was nooit goed. Toen ik begon te drinken, voelde dat niet alleen als rebellie, maar ook als een bevrijding. Voor het eerst ontstond er ruimte om iets van mezelf te ervaren.


Verslaving om het fawnen vol te houden

Naarmate gebruik overgaat in verslaving, krijgt het vaak nog andere functies. In de praktijk zie ik regelmatig dat middelengebruik helpt om een manier van leven vol te houden die veel energie kost en steeds verder verwijderd raaakt van wie je werkelijk bent. Een leven waarin je probeert erbij te horen, mensen te vriend houdt die je eigenlijk niet leuk vindt en je voegt naar verwachtingen die niet bij je passen. Een leven dat je zelf hebt opgebouwd, maar niet echt van jou voelt.

Daar ontstaat een interessante paradox. Verslaving kan beginnen als een reactie op jarenlang aanpassen. Tegelijkertijd maakt diezelfde verslaving het mogelijk om juist dóór te gaan met dat aanpassen. Het dempt de spanning, overprikkeling, frustratie en onvrede die anders voelbaar zouden worden.

Mijn aanpassen stopte niet toen ik het huis uit ging. Ik dacht dat ik mijn eigen keuzes maakte, maar veel daarvan stonden nog steeds in het teken van erbij horen en voldoen. Ik koos een carrière waarin ik van buitenaf bezien goed functioneerde, maar die uiteindelijk te weinig met mij te maken had. Alcohol hielp me jarenlang om dat vol te houden. Het maakte het makkelijker om over mijn grenzen heen te gaan zonder dat echt te voelen, om een versie van mezelf neer te zetten die steeds meer moeite kostte en om niet stil te staan bij de vraag wat ik in hemelsnaam aan het doen was.


De brave verslaafde

Wanneer iemand stopt met gebruiken, verdwijnt fawning niet ineens mee. Integendeel: juist wanneer de mogelijkheid wegvalt om het aanpassen te compenseren, komt vaak aan het licht hoeveel van die oude patronen nog aanwezig zijn, soms op plekken waar je het niet direct zou verwachten.

Zo kan fawning opduiken binnen herstel, bijvoorbeeld in de relatie met een therapeut. Veel mensen die jarenlang gefawnd hebben, zijn uitstekende cliënten. Ze doen hun opdrachten, lezen boeken, nemen verantwoordelijkheid, leren de taal van herstel spreken en zijn vaak opvallend aardig voor hun therapeut. Van buitenaf ziet dat er vaak heel gezond uit. Maar soms vraag ik me af: voor wie doen ze dat eigenlijk?

Ook in herstelgroepen en spirituele kringen wordt gefawnd. Iemand wordt dan de voorbeeldige deelnemer die hard aan zichzelf werkt, trouw naar meetings gaat en steeds opnieuw bereid is naar zichzelf te kijken. Alles wordt onderzocht, behalve de mogelijkheid dat hij het ergens niet mee eens is, een grens wil aangeven of simpelweg iets anders wil dan van hem verwacht wordt.


Waarom grenzen soms meer craving geven

Want wat gebeurt er wanneer je voor het eerst nee zegt? Wanneer je iemand teleurstelt? Wanneer je stopt met zorgen voor anderen of niet langer automatisch begripvol bent? Voor veel mensen voelt dat veel spannender dan de situatie in het hier en nu rechtvaardigt. Alsof er meer op het spel staat dan alleen dat ene gesprek of die ene relatie.

Dat is ook niet zo vreemd. Ooit was aanpassen de enige manier om verbonden te blijven. Voor een kind is verbonden blijven een kwestie van overleven. Het is dan begrijpelijk dat grenzen stellen, ruimte innemen of afwijken van verwachtingen onrust, spanning, angst of schuldgevoelens oproept.

Juist daarom ervaren sommige mensen meer cravings wanneer ze gezondere grenzen beginnen te ontwikkelen. Het oude overlevingssysteem slaat alarm, terwijl een nieuwe manier om met die spanning om te gaan nog onvoldoende ontwikkeld is. Er is nog te weinig innerlijke veiligheid om de angst, schuldgevoelens en onzekerheid die daarbij kunnen vrijkomen te verdragen. Op zulke momenten kan het verleidelijk zijn terug te grijpen naar wat jarenlang hielp om die gevoelens te dempen.


Wie ben je als je je niet aanpast?

Hoe meer ik over fawning leer, hoe minder ik het zie als een losstaand concept. Ik zie het terug in codependentie, verslaving, herstel, therapie, vriendschappen, relaties, op het werk, in de media en in de politiek. En ook nog steeds veel in mezelf.

Fawning gaat niet alleen over je aanpassen aan anderen. Het gaat over wat er gebeurt wanneer verbonden blijven belangrijker is dan trouw blijven aan jezelf. Herstel gaat daarom niet alleen over stoppen met gebruiken of betere grenzen leren stellen. Het gaat ook over langzaam ontdekken wie je bent wanneer je niet langer probeert te worden wie je denkt dat anderen nodig hebben.

Verder lezen over fawning

Ik heb zelf veel gehad aan het boek Fawning van Ingrid Clayton. Zij schrijft vanuit haar eigen ervaring met een onveilige jeugd, verslaving en herstel. Wat mij betreft een aanrader.


Doe je mee?

  • In september start een nieuwe groep de Craving Course. Er is nog één plek vrij. Je bent welkom als je worstelt met een verslavende gewoonte, ook wanneer het gaat om eet- of gedragspatronen en niet om middelen. En ook als je al langer in herstel bent. Juist dan kan het waardevol zijn om de patronen van aanpassen, overleven en verlangen te onderzoeken die onder de verslaving liggen.
  • Ben je professional? Dan nodig ik je van harte uit om eens naar mijn professionele aanbod te kijken. In het najaar start opnieuw de leergang Ik weet dat je er bent, over werken met IFS bij verslavingsproblemen. Daarna geef ik een nieuwe tweedaagse over het begeleiden van mensen met eetstoornissen

Deel dit blog op sociale media:

Facebook
X
LinkedIn

Blijf op de hoogte

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

Nieuwste blogs

Schaamte en verslaving

Ik doe het wel alleen

Veel mensen die worstelen met verslaving, schaamte of eenzaamheid proberen het alleen op te lossen. Hulp vragen voelt kwetsbaar of onveilig. In dit blog schrijf

Zelfbeschadiging

Jezelf pijn doen

Zelfbeschadiging of zelfdestructief gedrag roept angst en oordeel op, ook vanbinnen. Het lijkt iets wat je jezelf aandoet, maar wie is dat zelf dat beschadigt,

Groepstherapie verslaving

Je bent niet alleen

Voor mij ligt de route naar emotionele vrijheid in verbinding. Verbinding met de verschillende delen van jezelf – ook de lastigste – en met dat